6 mei 2026, Trier
Na een verrassend rustige en stille nacht nemen we de tijd voor een douche en ontbijt voor we de stad in lopen. Het is ongeveer 2 km naar het centrum waarvan een groot deel langs de Moezel. Via de oudste brug van Duitsland (de onderkant van de pilonen zijn Romeins) steken we de rivier over en lopen we naar het centrum.

Het is vrij nattig dus lopen we direct door, eerst naar de Basiliek wat een herbruikt Romeins gebouw is.



Daarna naar het Rheinisches Landesmuseum. Hier blijkt de ‘Triennale’ aan de gang: exposities van hedendaagse kunst op verschillende locaties, waardoor we een kombi-ticket kunnen kopen. Voor 19 euro pp bezoek je een dag lang alle locaties.
Maar eerst het museum. Tussen de schoolkinderen door worden we eerst naar de tijdelijke expo geleid. Conceptuele kunst, waar we niet overal echt iets mee kunnen. We komen hier uiteindelijk voor de oude meuk. En dat is er gelukkig genoeg!
We worden door de tijd geleid, van prehistorie tot de middeleeuwen, waarbij de Romeinse tijd de meeste aandacht krijgt. We hebben niet eerder zo veel Romeinse spullen bij elkaar gezien. Er zijn beelden, halve mausolea, een heleboel olielampjes, bronzen afgodsbeeldjes, enorme haast complete mozaieken en ga zo maar door. Allemaal uit Trier of de directe omgeving.







Na kaffee mit kuchen is het tijd voor attractie no2: het amphitheater. Dit is een stukje lopen verder van het stadscentrum af. In de Romeinse tijd was dit onderdeel van de stadsmuur. Na de val van het Romeinse rijk zijn de stenen gejat om de middeleeuwse stad te bouwen, en is het theater een tijd als wijngaard gebruikt. Rond 1900 groeide de interesse in de archeologische waarde van het monument en zijn delen gerestaureerd en doet men sinds dien moeite om de boel goed te bewaren.


Het is fascinerend om te merken hoe de acoustiek ook nu nog fantastisch werkt. De schoolkinderen zijn woordelijk te verstaan wanneer je boven aan de tribune staat. Ook duiken we de catacomben in waar het origineel afwateringssysteem nog steeds werkt. Hier werden de decorstukken bewaard, of de dieren die gebruikt werken tijdens de spelen.


Op naar de volgende: de Kaiserthermen. Trier is een tijdje een hoofdstad geweest en dus moesten er accomodaties voor de Romeinse keizers zijn. Waaronder een voornaam badhuis. Dit enorme complex wordt momenteel (weer) gerestaureerd.
De catacomben zijn toegankelijk en ik verdwaalde er bijna. De baden en badruimtes zijn grotendeels verdwenen maar met mooie tekeningen is er een goed indruk te krijgen van hoe het was. De moderne uitzichtstoren geeft een mooi overzicht van het geheel.


Leuk detail: de begroeing boven op de dikke muurresten zijn bewust. Die beschermen het oude metselwerk en houden het vocht vast en het cement bij elkaar. Ziet er nog leuk uit ook al die bloemen.

Hierna zijn we wel toe aan een biertje en wat pauze voor de voeten. We lopen naar de Hauptmarkt waar we op een terrasje bijkomen.

We besluiten de Dom te bezoeken die hier om de hoek is. Ook hier zijn de Romeinen terug te vinden, een deel van het middenschip is een herbruikt Romeins gebouw. Aan de buitenkant vanuit de kloostergang is het Romeinse metselwerk goed te herkennen.








We zijn nu wel klaar met de attracties en het loopt tegen het einde van de middag. Bij de Porta Nigra (ja, ook dit is een Romeins gebouw) is een burgertent waar we heerlijk eten voor we weer richting Moezel lopen. Langs de oude stadsmuur door het park en dan langs het water, over de oude brug, verder naar de camper. Moeie voetjes en een voldaan gevoel.

